Vandaag laat ik zien hoe ik mijn
bloemen haak.
Voor elke bloem gebruik je
3 kleuren; A, B en C.
1e toer:
Wikkel met kleur A de draad 2 keer om je linker wijsvinger - "magic loop".
Haak de draad door de cirkel.
Haak 3 lossen. Dit is je 1e stokje. Haak nog een losse (in deze toer haak je tussen alle stokjes een losse).
Haak een stokje. Dit doe je als volgt: maak een omslag.
Steek je haaknaald
door de "magic loop" en maak opnieuw een
omslag en haak deze omslag
door de "magic loop".
Maak een
omslag en haak deze door de
eerste 2 lussen op je haaknaald.
Maak opnieuw een
omslag en haak deze door de laatste
2 lussen op je haaknaald.
Je 2e stokje is gemaakt. Tot nu toe heb je in deze toer 1 stokje (de eerste 3 lossen), 1 losse en 1 stokje gehaakt.
Haak vervolgens 1 losse en 1 stokje, waarbij je het stokje in de "magische loop" maakt. Haak tot je 12 stokjes telt (inclusief het 1e stokje, gevormd uit de 1e lossen die je gehaakt hebt). Je haakt nu nog 1 losse.
Het sluiten van het rondje werkt als volgt:
Trek aan de begindraad; 1 draad van het rondje zal korter worden (in dit geval de rechter draad op de foto). Neem deze draad en trek daarmee de linker draad (op de foto) van het rondje naar binnen.
Je ziet nu naast de begindraad nog 1 lange lus uit het rondje steken.
Trek met behulp van de begindraad, de lange lus van het rondje naar binnen.
Leidt de begindraad naar boven. Bij het onderste "dakje" haal je de draad van achter naar voren en bij het bovenste "dakje" breng je de draad weer naar achteren.
Eindig deze 1
e toer, door het rondje te sluiten, met een
halve vaste in de 3
e losse van het begin van deze 1e toer.
Werk de einddraad af; trek de lus op de haaknaald groter. Knip de lus door en trek je werkdraad met je bolletje garen weg. De einddraad blijft over.

Breng de einddraad naar de achterkant van het werk.

Draai je werk om en leg een platte knoop in beide afwerkdraden; de einddraad en begindraad van kleur A.
2e toer
Neem een nieuwe kleur, kleur B voor deze toer. Maak met deze nieuwe kleur B een opzetlus.

Maak een omslag, steek je haaknaald tussen 2 stokjes van de 1e toer door (onder de losse en onder één van de afwerkdraden, van de 1e toer, door) en maak opnieuw een omslag.

Haak de omslag tussen de 2 stokjes, van de 1e toer, door naar voren.

Maak een omslag en haak deze door de eerste 2 lussen op je haaknaald.

Maak een omslag en haak deze door de laatste 2 lussen op je haaknaald.
Je eerste stokje van de 2e toer is gemaakt.
Haak nog een 2e stokje op dezelfde plaats, tussen de 2 stokjes van de vorige toer. Haak 1 losse en tussen de volgende 2 stokjes, van de vorige toer, weer 2 stokjes. Herhaal dit, 1 losse en 2 stokjes, tot het einde van de toer. Neem daarbij de afwerkdraden van de 1e toer mee.
Hier zie je hoe je de afwerkdraden van de 1e toer, tijdens het haken van de 2e toer, meteen meehaakt. (Foto: achterkant bloem)
Eindig met een
losse en sluit de 2
e toer met een
halve vaste in het 1e stokje van deze toer.

Werk de einddraad af; trek de lus op de haaknaald
groter. Knip de lus door en trek je werkdraad met je bolletje garen weg. De einddraad blijft over.
Breng de draad naar de
achterkant van het werk.
Je
2e toer is
gehaakt en de bloem ziet er zo uit.
Draai je werk om en leg een
platte knoop in beide afwerkdraden van de
2e toer; de einddraad en begindraad van kleur B.
De draden van de
1e toer kun je nu
afknippen (foto: achterkant van de bloem).
3e toer
Neem een nieuwe kleur, kleur C voor deze toer. Maak met deze nieuwe kleur C een opzetlus. De steken die je nu gaat haken, haak je tussen de groepjes van 2 stokjes (van de 2e toer) in, onder de losse door.
In elke "tussenruimte" worden 2 vasten, een picootje, 1 halve vaste en 2 vasten gehaakt. Dat doe je als volgt:
Steek je haaknaald tussen de groepjes van 2 stokjes door (onder de losse en onder één van de afwerkdraden van de 2e toer door) . Maak een omslag en haak deze omslag naar voren.
Maak een omslag en haak deze door de 2 lussen op je haaknaald.

Je 1e vaste van de 3e toer is gehaakt.

Haak vervolgens nog 1 vaste, op dezelfde plaats, tussen 2 groepjes van 2 stokjes van de 2e toer in. Haak vervolgens 3 lossen. De 3 lossen vormen een picotje door in de laatst gehaakte vaste van deze toer...
...een halve vaste te haken. Steek je haaknaald daarvoor in de bovenkant van vaste; in het v-tje en dan tussen de "pootjes" van de steek door. Vandaar dat je 3 lussen op de haaknaald ziet staan. Maak een omslag en trek deze door de 3 lussen.

Je picotje is gehaakt.
Haak nog 2 vasten op dezelfde plaats.

Haak zo tussen elk groepje van 2 stokjes:
2 vasten, 3 lossen, 1 halve vaste in de 2e vaste en 2 vasten.
Foto: achterkant bloem. Neem tijdens het haken van de 3e toer weer de beide draden van de 2e toer mee.
Je eindigt de 3e toer met het haken van een halve vaste in de 1e vaste van deze toer.
Werk de einddraad af; trek de lus op de haaknaald groter. Knip de lus door en trek je werkdraad met je bolletje garen weg. De einddraad blijft over.
Breng de draad naar de achterkant van het werk.
Draai je werk om en leg een platte knoop in de 2 draden van de 3e toer. Op de foto zie je goed hoe ik de draden van de 2e toer meegenomen heb tijdens het haken van de 3e toer. Deze draden kun je nu weer afknippen.
Hecht de draden van de 3e toer af (foto: achterkant van de bloem).
Voorkant van de bloem.
Het getekende patroon.
Volgende week laat ik zien hoe je de bloemen meteen aan elkaar kunt haken.